Welke regels gelden voor jouw specifieke vlucht?
Check eerst of je vlucht in de specifieke categorie valt en welke route bij jouw vlucht past: een operationele autorisatie, een LUC of een standaardscenario.
De specifieke categorie
Wanneer vlieg je in de specifieke categorie?
Wil je iets doen dat niet binnen de voorwaarden van de open categorie past, dan kan je vlucht in de specifieke categorie vallen. Denk bijvoorbeeld aan BVLOS, hoger dan 120 meter, het droppen van materiaal of een operatie die niet binnen A1/A2/A3 kan worden uitgevoerd. Controleer daarnaast altijd de geografische zones op de locatie.
Routes binnen de specifieke categorie
Als je wilt vliegen in de specifieke categorie heb je toestemming of een verklaring nodig. Je kunt bij de ILT een operationele autorisatie aanvragen voor een bepaalde vlucht of reeks vluchten.
Organisaties kunnen onder voorwaarden een Light UAS Operator Certificate (LUC) krijgen. Daarmee kunnen ze binnen bepaalde grenzen zelf vluchten goedkeuren. Je kunt ook vliegen volgens een Europees standaardscenario (STS) en daarvoor een verklaring indienen.
Standaardscenario’s
Sinds 2024 zijn er Europese standaardscenario’s. Hierin staan de eisen voor bepaalde soorten dronevluchten.
Bij STS-01 vlieg je binnen direct zicht (VLOS) boven een gecontroleerd grondgebied in een bevolkte omgeving met een C5-drone.
Bij STS-02 vlieg je buiten direct zicht (BVLOS) boven een gecontroleerd grondgebied in een dunbevolkte omgeving, met luchtruimwaarnemers en een C6-drone.
Opleiding en bewijs
Voor vluchten in de specifieke categorie heb je de juiste kennis en soms een extra opleiding of bewijs nodig. Afhankelijk van je vlucht kan het nodig zijn om een vliegbewijs te halen. Daarmee laat je zien dat je de juiste kennis en vaardigheden hebt. Wat je precies nodig hebt, hangt af van de gekozen route, bijvoorbeeld een STS-declaratie of een operationele autorisatie, eventueel gebaseerd op een PDRA.


